Als je mij dertig jaar geleden gevraagd had wat ik van stijldansen vond, had je er niet veel positiefs over te horen gekregen. Op schoolfeesten leefde ik me uit op ska, new wave en reggae, en tijdens Angie van The Stones stond ik de kant, glaasje sap drinken. Op schuifelen had ik het niet - de jongens waar ik geen bezwaar tegen had, zagen mij toch niet staan - en die andere paardansen vond ik fantasieloos, kunstmatig, plastic. Dansen was voor mij de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie, zeg maar, dat ging wel wat verder dan dat voorgeprogrammeerde stapje naar links, stapje naar rechts.
Maar in 1996 zat ik een aantal maanden in de bergen van Costa Rica voor onderzoek. Op een feest in een naburig dorpje zag ik een geheel andere kant van stijldansen, salsa in dit geval. Geen plastic, glitter of opgeplakte glimlach, maar drie generaties plattelandsbewoners die er heel serieus veel lol hadden, tot en met de peuters die nog amper konden lopen, maar in een hoekje stonden te swingen. Wij gringos konden natuurlijk niet aan de kant blijven staan, al hadden we dat misschien gewild. We werden door de lokale tieners de dansvloer opgesleept en we moesten gewoon meedoen. Eén van de studenten, die in Nederland niet tot de grootsten behoorde, maar hier precies de goeie maat had, was dolgelukkig, want thuis zagen de meisjes hem niet staan...
En dan die muziek: ronduit aanstekelijk, maar ondansbaar in je eentje. Het was door die muziek dat ik twee jaar geleden besloot om op salsales te gaan. En opnieuw leerde ik het dansen op een andere manier zien. Dit ging niet alleen om bewegen op muziek, maar vooral om communicatie, zonder de voor onze soort zo gebruikelijke woorden, met alleen lichaamstaal. Zoals zwermende spreeuwen en scholen vissen één bewegend geheel kunnen worden door goed op elkaar te letten en elkaar te volgen, zo kun je samen dansen zonder vantevoren te overleggen. Waar ik de volledig uitgeschreven partituur van klassieke muziek vermoedde, bleek het veel meer om een jazzimprovisatie te gaan: elke speler kent op voorhand de bouwstenen, maar niet de compositie, en die valt elke keer weer anders uit.
En zo ga ik elke vrijdagavond weer met veel plezier naar dansles, en kan ik de vermoeiende werkweek even vergeten. Een goed gevoel voor ritme en die heerlijke muziek compenseren het gebrek aan elegantie en het gevoel van desoriëntatie bij het draaien van snelle rondjes. Verder blijft het opvallend hoe moeilijk we het in onze cultuur hebben met het aanraken en vasthouden van "vreemden", laat staan aankijken...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten